Gerlach Pieters

Het Toortshuis van Beeker tot Gilsing

In 1964 ging ik medicijnen studeren. Ik wilde dat in Amsterdam gaan doen, maar was zo dom geweest, R.K. in te vullen op het aanvraag formulier tot plaatsing . Dus werd het Nijmegen. Zeker mede dankzij de Toorts heb ik daarvan nooit spijt gehad. De groentijd bij Roland stelde voor mij niet zoveel voor omdat ik aangesteld werd als motorklooi en daardoor meestentijds bij tij en ook bij ontij bezig was groencommissaris Harrie Honnee op zijn motor te vervoeren. In de fleurtijd kwam ik o.a. bij de Toorts op bezoek. Toen ik binnenkwam op de kamer van Toon Ploegmakers in het souterrain was hij het requiem van Mozart aan het draaien. Ik was meteen helemaal verkocht.

Later heb ik ook qua studie veel aan de Toorts gehad omdat ouderejaars Hans Hoefakker toen net geswitched was van Duits naar Medicijnen. Hans had haast om zijn studie af te maken en liep altijd een paar maanden op mij voor. Daardoor kon ik van zijn dictaten gebruik maken, college lopen hoefde voor mij dus niet meer.

Begin studiejaar 1965 vertrok Coen Beeker naar Amsterdam en mocht ik op het Huis komen wonen. Toen ik er introk woonden daar Frans Mikx, grote souterrainkamer achter, Toon Ploegmakers, kleinere souterrainkamer achter, Hans Volman, opkamer, Martin Nieland kleinere kamer beg grond, Hielke van der Gaast beg grond achter en Wiebe Franssen beg grond voor. Ik betrok de voorkamer van het souterrain. Deze kamer werd ook gebruikt voor feesten en ook als slaapkamer van huisbewoners wanneer zij hun kamer ter beschikking stelden aan hun vriendin bij bijv. het inauguratiebal. In het najaar van 1965 was er weer zo’n bal en sliepen vier dispuutsgenoten bij mij op de kamer, of ze er allen de hele nacht bleven ben ik niet zeker.

Frans Mikx had bij de huisbaas geklaagd over teveel vocht op zijn kamer. Als oplossing bracht eigenaar Grandjean een hygrometer. Toen Frans dit niet genoeg vond heeft de huisbaas dubbel glas laten plaatsen in het raamkozijn. Frans maakte toen van de ruimte tussen de glasplaten een aquarium! De huisbaas was er niet blij mee.

Frans was in die tijd ook Huispraeses. Dat betekende dat hij er ook voor moest zorgen dat de algemene ruimten schoongemaakt werden . Het schoonmaken van de gang, de w.c. en het souterrain, plus twee trappen, kostte je wel 2 uur. Een vergoeding van 10 fl stond ervoor. Ik heb het graag en vaak gedaan voor die prijs. Damesbezoek ’s nachts was niet toegestaan, de sociale controle daarop was effectief. Er was wel een bewoner die bij damesbezoek overdag urenlang de deur op slot hield. In latere jaren verwaterde het reglement en sliepen er ’s nachts wel eens dames. Hoe later de jaren, des te vaker sliepen er dames. Zelf heb ik er samen met Hetty gewoond in de eerste jaren van ons huwelijk. Nog later kwamen er ook dames een kamer huren, maar toen was de Toorts helaas al ter ziele. Huub Hendrix had samen met mij in de zomer van 66 onze dispuutsgenoot Seef Konijn verhuisd naar Beverwijk. Als dank gaf hij, priester, aan Huub een soutane cadeau die Huub daarna lang als kamerjas gebruikt heeft. Wanneer Huub ’s morgens buiten voor de deur van het Huis zijn vriendin gedag kuste in die toga, dan vielen de voorbijgangers van hun fiets.

Het Huis had geen douche, geen verwarming, geen warm water. Douchen kon bij Phocas of op het sportcentrum. Ons wassen deden we ook aan de wasbak met een fluitketel warm water. Verwarming vond plaats met oliekachels of bij Frans Ploegmakers met een potkachel op kolen. Daarop bakte hij zijn eieren en waste hij ook zijn onderbroek.

Het Huis had grote opbergkasten , ik tel er zo’n 7 in de gang en in het souterrain. Een kast in het souterrain werd gebruikt als kookhok voor de bewoners van het souterrain (de andere bewoners kookten allen op hun eigen kamer op een gasstelletje). De andere kasten zaten vol rommel. In een zo’n kast heeft Huub later een complete doka ingericht. In een andere kast had de kledingcommissaris van Phocas, Marcel van Kalmthout zijn magazijn. Phocas speelde trouwens een grote rol in ’t Dispuut, ik schat dat van de toortsleden van mijn generatie meer dan de helft ook roeier geweest is. Zelf kan ik er trots op zijn dat ik als coach van mijn acht een Phocasrecord van 6 min 01,8 heb laten roeien in 1968, met welk resultaat de acht senior A werd. Dit record staat nu 45 jaar later nog steeds!

Voor het Huis stond een verzameling rijdend materiaal, vooral fietsen maar ook brommers en motoren, mijn Jawa stond er en ook de Bella van Marcel, die later door een Harley zou worden vervangen, waarover straks meer. Er stond ook een grote Puch van Martin en de DKW met zijspan van Huub. De eerste autobezitter was Peter Bindels. Zijn Renault dauphine moest altijd op een helling staan omdat de startmoter defect was. Het lukte hem steeds om achteruit rijdend vanaf het hellinkje terzijde van de Pontanusstraat z’n auto te starten.

Achter het Huis was een tuin die weinig gebruikt werd. Eens per jaar moest er worden opgeruimd en verdwenen afgedankte stoelen en kapotte fietsen naar het stort. Er bloeide wel een aardbeiplant. Achter in de tuin naast het schuurtje lag een verwaarloosde vijver. Bart van der Grinten heeft in de tuin een kippenren gebouwd. Jan Willem, de kolossale witte haan van Hielke, die toen al met Annette in Hoge Zwaluwe woonde, logeerde hier.

We zaten veel bij elkaar op de kamer zomaar om te praten maar o.a. ook om naar muziek te luisteren. Vooral Henk van de Roer heeft mij zo veel bijgebracht: Berlioz, Bruckner, Bartok. Geen wonder dat zijn zoon zo’n beroemde pianist is geworden. Er werd ook veel geschaakt. Een hoogtepunt voor de Toorts was de deelname aan de simultaanwedstrijd tegen Donner in Oss. We hadden 6 schakers opgegeven en we kregen die plaatsen ook toebedeeld. Onverwacht vielen er 2 Toortsschakers af en hebben we Marcel en Peter de avond tevoor nog schaken geleerd. Peter haalde de volgende dag een remise!

Allerlei culturele activiteiten werden door de Toorts georganiseerd en in het Huis uitgevoerd. De lezing die Ireen Donner hield werd zeer druk bezocht ook door niet toortsleden. Ook de voordrachten van afgezanten van verschillende grote politieke partijen voor de verkiezingen van 1966 brachten de nodige discussie op gang. Direct na het bekend worden van de eerste uitgevoerde harttransplantatie bij patient Wasjkansky organiseerde de Toorts een lezing over de ethische aspecten hiervan.

Het Huis heeft mij 9 jaar onderdak geboden. Ook toen ik dienstplichtig districtspsychiater was in Amersfoort en later toen ik in opleiding was tot internist, bleef ik er met veel genoegen wonen. Toen we trouwden betrokken Hetty en ik 2 kamers in het souterrain. In 1974 werd het verschil tussen de lage huur (120 gulden voor 2 kamers) en ons inkomen zo schandalig dat we besloten te verhuizen. Daarvoor heb ik alle kamers van het Huis bewoond; souterrain voor, toen ook feestkamer. Souterrain achter: vochtig en donker, ik heb een spiegel neergezet in de tuin en met enige verplaatsingen was er dan 2 uur zon in deze kamer. Souterrain kleine kamer achter: ook vochtig maar met veel stoken wel genoeglijk te maken. Begane grond voor; mooiste kamer, uitzicht op straat, bakker Thyssen en het verhuisbedrijf en wat dies meer zij , van Verkroost. Begane grond achter; grootste kamer met die veranda maar je moest wel altijd het licht aandoen overdag. Hier heeft Marcel zo lang gewoond dat hij mijn record van 9 jaar gebroken heeft. De kleinere kamer achter op de begane grond had openslaande deuren naar de tuin, maar doordat het souterrain eronder een kuil nodig maakte kon je alleen over een balk balancerend de tuin in. Hierboven lag een opkamer; het plafond daarvan was zo laag dat je, erin lopend, je haren ertegen voelde schuren.

Een aantal bewoners is nu nog niet door mij genoemd. Van hen kan ik de tijd dat ze er woonden niet exact benoemen.

Cees van Bezooijen 1965 tot 1966? Deze reus ging daarna met Jeanne op de Uranusstraat wonen, waar wij allen vaak gebabysit hebben.

Sjef Cornelissen 1965- 1967? Hij woonde eerst samen met mij op de feestkamer omdat hij acuut op straat gezet was wegens? Nu kwam Josephine dus ook bij mij op bezoek.

Ruud Ploegmakers 1967-1971? Ruud was zeer populair, helaas wil hij nu niets meer met de Toorts te maken hebben.

Gijs Mom 1967-1972? Duidelijke linkse sympathieen, dit is niet vreemd bij de toenmalige Toorts ( Hielke stemde bijv CPN ) actief in de studenten revolte, evenals Ruud en Dick en in mindere mate vrijwel alle toortsleden.

Dick Gilsing 1967-1972? ons jongste Toortslid deed graag mee aan de jamsessies die we later hielden, als neerlandicus ook zeer behulpzaam bij scripties .Laatste toortslid dat nog werkt !

Het Huis is dus slechts 9 jaar Toortshuis geweest, van Crébolder tot Gilsing. Het Huis heeft de Toorts overleefd. Ik kom nog vaak in de buurt, maar wil dan niet aanbellen. Wie zouden er wonen?

Het eerste niet Toortslid dat er kwam wonen was Vic Dumoulin. Kunnen we hem niet alsnog inaugureren? Kan dat de geschiedenis nog een andere wending geven?

Vivat Fax et ama quem/quiam vis.

 

2 dagen op en om het Toortshuis anno 1969

Marcel was bijna getrouwd voor hij naar Nijmegen kwam. Ze waren de meubels al aan het uitzoeken toen het misliep. Daarom is hij maar gaan studeren, rats kuch en bonen verruilend voor een kale kop. Die kale kop heeft Marcel gecompenseerd met een woeste baard.

Bij Marcel lopen vrouwen af en aan. Stans bijvoorbeeld, nam hij af en toe mee naar een Toortsfeest ( meestal niet omdat hij bang was voor ouderejaars kapers ). Zijn dansen was toen al karakteristiek. Elsje , die vanwege haar bouw en bepaalde opvallende delen door de tandenpeuteraars “ballenjetje” genoemd werd. Deze collega-fotografe uit Ruedesheim sloeg haar bivak op het Huis op, ze sliep er volgens ons ook, want zoiets hielden we goed bij. Er zijn er nog veel meer geweest.

Marcel had weer eens zo’n rendez-vous toen ik op de plee zat te poepen. Ondanks al mijn inspanningen hoorde ik genaaldhakte voeten de trap op komen en voor de plee stilhouden. Toen de deurkruk vergeefs bewoog, riep ik iets om mijn aanwezigheid, die toch al ruikbaar moet zijn geweest, ook hoorbaar te maken De naaldhakken verdwenen hierop niet, maar wachtten rustig hun beurt af. Beschaamd over de verspreide lucht besloot ik te blijven zitten totdat ze weg zou gaan om zo niet als stinkerd bekend te worden. Na geruime tijd waarin de oorzaak van mijn schaamte alleen maar verergerde, bleek zij de taaiste. Ik wilde nu zo snel mogelijk de plee afrennen en na het broek ophijsen en het doortrekken gooide ik de deur open….. Met uitgestoken hand versperde zij mij de weg en zei: “mag ik me even voorstellen”…

De Harley van Marcel

Ik geloof dat je wel vijf scooters gehad hebt. Alles bijeen heeft nog minder gekost dan de containers die later nodig waren om de overblijfselen uit de tuin te halen.

En toen was er ineens een Harley Davidson met zijspan, goedkoop gekocht van een chauffeur uit het reisleiderwezen. Deze optimist bedong wel dat hij nog af en toe op het kreng mocht rijden. Er was een hoes voor het hele geval , die deed je er iedere avond keurig om. Hoe razend was je telkens als de cafégangers de hoes weer zo opgetild hadden dat de mist bij het woestijnfilter kon komen!

De eerste dag al wilden Huub en ik meerijden, Huub achterop en ik in het zijspan. Marcel raast via het Keizer Karelplein de Molenstraat in. Bij het stoplicht aan het eind van de Molenstraat blijken de remmen niet te werken en vliegen we tussen de vitrines door de Broerstraat in. Gelukkig niets en niemand geraakt.

Ons ontzag voor de machtige machine was verdwenen en we zeiden je nu maar rustig aan huiswaarts te rijden. In de laatste bocht, die van de van Slichtenhorststraat, wilde je toch nog eens laten zien hoe lekker het ding liep. Het zijspan kwam toen van de grond en daardoor moest je wel rechtdoor rijden naar dat hek waar al die fietsen en die Solex stonden. Met een klap vloog er een kop door het mooie windscherm, de fietsen vlogen alle kanten op en die Solex hield er een verwrongen voorwiel aan over.

Later hoorden we dat Huub je uit het zadel had getild en dat je daardoor niet kon sturen. Nog later zou Huub zijn hand naar het stuur uitgestoken hebben.

Onlangs hoorde ik dat niet jij, maar Huub voorop zat…

Het Toortshuis als links bolwerk

Zoals reeds eerder vermeld, was de Toorts in de zestiger jaren sterk links georiënteerd. Velen stemden PVDA of PSP en Hielke van der Gaast stemde CPN. Aan het eind van de zestiger jaren waren de jongerejaars van de Toorts allen actief bij de marxistisch leninistische studentenbeweging (MLS).vooral Ruud Ploegmakers , Gijs Mom en Dick Gilsing waren erg actief.

Er werd regelmatig op het toortshuis vergaderd door een geheime cel waarbij er wel 20 man bijeen waren op een kamer . Wanneer ze hoorden dat er iemand op de gang liep waren ze allen muisstil. Even later zag je ze allen een voor een onopvallend vertrekken. De BVD postte maandenlang op de van Slichtenhorststraat in een VW kever .

Omdat ik in dat verdachte huis woonde werd mij, toen ik voor wetenschappelijk onderzoek naar New York zou gaan, een visum voor de States geweigerd !

Onlangs pas hoorde ik dat de destijds zeer populaire linkse studentenbeweging KEN is opgericht door de BVD zodat er daar altijd voldoende infiltranten waren.

2014