Hans Volman

Wonen in de Pontanusstraat.

Ik woonde daar al voordat ik goed en wel wist dat ik daar woonde. Zo verging mij dat in die tijd. Ik was deel van het geheel zoals ik dat ook was van de katholieke gemeenschap in de Achterhoek, met de zondagsplicht en de richtlijnen van de pastoor waaraan wij ons geweten spiegelden zolang de mis duurde. Op zondagmorgen werden wij ook in Nijmegen verwacht, in El Sombrero, het dispuutscafé. Dat kon, maar ik liet nogal eens verstek gaan om nog even terug te keren naar mijn geboortegrond.

Uit die tijd, staat mij nog bij, hoe groot de ontgoocheling was binnen de R.K Kerk na de verwoesting die Roland met stormram had aangericht bij Veritas, terwijl in de kerk de collectebus nog rondging ter verheffing van de R.K. Universiteit. Mijn moeder had krantenberichten uitgeknipt over dat gebeuren en gaf die mij zonder te vragen of ik er aan mee had gedaan. Twee kleine artikelen hierover, uit De Gelderlander denk ik, heb ik hieronder bijgevoegd*. Achteraf nog steeds een verwarrende tijd, maar toen nog niet. Er stond nog zoveel te gebeuren; zoiets had ik nog nooit meegemaakt.

Daarna kwam De Toorts. Enkele ouderejaars maakten indruk op mij. Zij leken me fair, stoer en niet bereid om over zich hen te laten lopen. Denk dat ik ook zo wilde worden. Bovengenoemd gebeuren in Utrecht associeerde ik totaal niet met het dispuut. Overigens nog steeds niet.

Van de Pontanusstraat herinner ik me de feesten in het souterrain onder het al toeziend oog van de ouderejaars en de gewenste ontlading van het V.B.-en na afloop wanneer de dames naar huis waren gebracht. De jonge vrijgezellen onder ons werden dames aanbevolen als zij er zelf geen konden vinden. Er was het ongeluk van Max Jacobs wanneer hij zong: zij was niet mooi maar welgesteld. Er waren diners in de kelder, de dames en de heren gestoken in feestelijke kledij. Er was kaasfondue met Gruyère en Emmentaler van de hand van Frans Mikx en een toespraak van Toon Baar vol met droge humor. Ik geloof niet dat wij veel alcohol gebruikten. Misschien later toch wel, toen het vooronder een kamer werd voor Vic Dumoulin en er feestjes waren met muziek van Zappa en de Rolling Stones en allerlei mensen van buiten het dispuut.

Met niet in het huis wonende leden ging ik mee naar het carnaval in Breda, Almelo en Maastricht. Door de ouder(s) van dispuutgenoten die daar woonden werden we dan liefdevol onthaald en zo nodig opgevangen na alle ontberingen van de nacht. Onder de bezielende leiding van Frans liepen wij, in door hem gecreëerde varkens, mee in de optocht van Almelo en de volgende dag nog eens in die van Munster.

De Pontanusstraat was gauw vertrouwd terrein. Vaste verkering was toegestaan als er in de ochtend maar niets meer naar verwees. Wiebe oefende elke dag op zijn klarinet. Coen was zwaar bezet door zijn senaatswerk. Martin meestal verdwenen in zijn boeken of achter het schaakbord, af en toe een eitje bakkend, in diep gepeins verzonken. Hielke die steeds mijn fietssleuteltje probeerde te pikken en de inhoud van mijn broodtrommel plunderde, terwijl ik naar college moest. Met hem ging ik nachts wel eens mee naar Roland; hij kwam dan pas veel later weer terug. Alexander Spoor kon nachts mijn kamer binnenkomen om op de grond de door hem getekende dwarsdoorsneden van het lichaam uit te vouwen en dan niet meer te stoppen met zijn uitleg. Gerlach reed stoer rond op zijn Puch en verdiepte zich later in Marx. De tuin behoefde een schoonmaak als wij er niet meer konden zitten; een vuurtje was verboden. De huisbaas beklaagde zich over de verloedering van het pand, maar wist niet tot wie hij zich moest richten en dat wisten wij ook niet. Uiteindelijk kwam het moment van mijn niet meer uit te stellen vertrek uit de Pontanusstraat om mijn studie tot een goed einde te brengen.

Tienhoven, 19-11-2013

 

*NOGMAALS: ROLAND CONTRA VERITAS

Tilburg, 4okt.

Het bestuur van de unie van r.k. studentenverenigingen heeft zijn afkeer uitgesproken over de gebeurtenissen die zich vorige week hebben voltrokken in de r.k. studentenvereniging “Veritas” te Utrecht, toen daar de Nijmeegse studentenvereniging “Roland”op bezoek kwam. Volgens het uniebestuur moet de aanleiding van deze gebeurtenissen worden gezocht in het “in studentenkringen volkomen afkeurenswaardige gedrag van deze Utrechtse vereniging”. Niettemin acht het de represaille van “Roland” in strijd met alle heersende studentengebruiken. Het bestuur keurde het optreden van beide studentengroeperingen af en sprak de mening uit, dat de gevolgen van de gebeurtenissen geheel ten laste moeten komen van de desbetreffende leden.

*Veritas-raid

In de vroege morgen van zaterdag 3 oktober werd de sociëteit van de Katholieke Studentenvereniging “Veritas” te Utrecht overvallen door een driehonderd studenten uit Nijmegen, die daar in een kortstondig optreden een schade hebben aangericht van tenminste vierduizend gulden. Mogelijk hadden de aanranders, die deuren rammeiden, ramen intrapten en de in de bar aanwezige flessen stuksloegen, hun gevoelens ook nog uitgeleefd op de keukeninstallaties en de boven gelegen bibliotheek en bestuurskamer, wanneer de Veritijnen niet uit vrees voor een vrijwel onherstelbare ravage de tussenkomst van de politie hadden ingeroepen.

Dit optreden van de Nijmeegse studenten zou nog verontschuldigd kunnen worden met een verwijzing naar de onervarenheid van de deelnemende groepen, die nog niet wisten van de binnen de Unie van Katholieke Studenten verenigingen geldende afspraken omtrent de wijze waarop men aan elkaars sociëteiten “overvalbezoeken” kan brengen. Doch ook de massale opzet van dit Nijmeegse “bezoek” was reeds in strijd met deze afspraken en daardoor is deze op vandalisme uitgelopen overval zonder meer een kwalijke zaak. Het zou ons daarom verbazen als dit optreden door vele Nijmeegse studenten -daders zelf inbegrepen- achteraf niet wordt betreurd. Er zal ongetwijfeld een regeling komen voor de aangerichte schade en daarmee zal het zoveelste incident tussen het Nijmeegse Studenten Corps en Veritas, dat ditmaal in het octaaf van universiteitszondag werd “gevierd”, weer zijn afgesloten.

Niettemin vragen wij aandacht voor deze in studentenkringen niet ongehoorde gebeurtenis. Er speelt in deze Nijmeegs-Utrechtse relatie momenteel nog een andere zaak, die dit gebeuren tot een absurditeit maakt; die aantoont dat in bepaalde studentenkringen een nog steeds niet overwonnen maatschappelijke onaangepastheid voortleeft, welke voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van ons allen tegenover de toekomst. De leden van “Veritas” hebben zich met groot elan geworpen op een financiële hulpactie voor het enkele jaren geleden pas gestichte Bukumbihospitaal in Tanganyika; een object dat zonder meer van evident belang is. Het succes van deze hulpactie zal in hoofdzaak beslissend zijn voor de verder realisering van dit belangrijke pionierswerk van enige Nederlandse artsen. Door het opzetten van deze actie, die het werk van een hele vereniging is, hebben de “Veritijnen” getoond enige verantwoordelijkheid te voelen ten aanzien van het moderne wereldgebeuren en dit besef bracht hen er ook toe de actie breed op te zetten en daarvoor o.m. ook medewerking te vragen bij andere katholieke studentenverenigingen. Vanuit het Nijmeegs Studenten Corps is tot nu toe op dit verzoek nagenoeg niet gereageerd en dit verstek gaan wordt toch wel een zeer bedenkelijke zaak als daarnaast blijkt dat vele Nijmeegse studenten zich zonder veel verdere bedenkingen wel bereid hebben getoond voor dit andersoortig contact met “Veritas”, waarvoor zij zich………
(De rest van het artikel bezit ik helaas niet meer.)

En tenslotte nog enkele krantenstukjes over deze kwestie uit Carissimi

Volman Veritas contra Roland