Toon Ploegmakers

Enige herinneringen aan Pontanusstraat 8.

Ik heb daar gewoond van 1963 tot 1966, toen Rieneke en ik gingen trouwen en een flat vonden in de Aubadestraat, in Neerbosch Oost. Ik was in september 1962 naar Nijmegen gekomen, na mijn militaire diensttijd. Ik had daar als vaandrig genoten van een wedde van, als ik mij dat goed herinner ƒ 260 netto in de maand. Daarvan hoefde ik uitsluitend mijn “pretuitgaven” te betalen, want voor kost en inwoning en voor tweemaal per maand een vrij vervoersbewijs zorgde het leger. In Nijmegen kreeg ik van mijn ouders een maandgeld van ƒ 170 per maand en daarvan moesten mijn kamer, mijn eten en boeken en andere dingen worden betaald. Toen mij de mogelijkheid geboden werd om op voordelige voorwaarden de kelderkamer van het Toortshuis te betrekken, heb ik niet lang geaarzeld. De voorwaarden hielden ook in dat de kamer ter beschikking moest zijn voor dispuutsactiviteiten als vergaderingen, fleuren enz. en voor feesten. In ruil daarvoor hoefde ik niet meer dan ƒ 25 aan huur per maand op tafel te leggen.

Er was op die kamer geen verwarming, maar er was wel een schoorsteen. Ik ben erop uitgegaan om bij een uitdrager – die had je toen in plaats van kringloopwinkels en marktplaats – een potkacheltje te kopen. Daarmee kon ik de kamer redelijk goed warm houden. Hij had ook nog een ander effect. Bij een bijeenkomst van de David-groep, die ook op mijn kamer werd gehouden, kwam er een meisje, Rieneke de Jonge, die erg gecharmeerd raakte van dat kacheltje. Later raakte ze ook meer op mij gesteld en we zijn intussen ruim zevenenveertig jaar getrouwd.

Een van de feesten die ik me nog goed kan herinneren was toen Coen Beeker zijn kandidaatsexamen had gedaan. Ik moest datzelfde examen twee dagen later gaan doen en had besloten om het die avond niet te laat te maken en daarom aan Coen gevraagd of ik die nacht in zijn kamer kon slapen om daar de volgende ochtend aan de laatste loodjes van de studie bezig te gaan. Het was rond de Sinterklaastijd en ik had mijn ouders laten weten dat ik niet voor pakjesavond naar Eindhoven zou komen omdat ik me op het kandidaatsexamen aan het voorbereiden was. De ochtend na het feest zat ik omstreeks negen uur met koffie achter de boeken en ik hoorde op een gegeven moment iemand de deur inkomen, de gang doorlopen en de trap af naar de kelder gaan. Na een paar minuten ging hij weer terug en ik vond dat ik toch maar even moest gaan kijken wie dat was. Ik vond mijn vader die mij een sinterklaascadeautje kwam brengen en die dacht een ijverig studerende zoon aan te treffen. In plaats daarvan vond hij een kamer die overduidelijk de sporen van een feest liet zien en de onmiskenbare geur van verschraald bier. Ik heb hem toen maar binnen genodigd op de kamer van Coen en hem een kop koffie aangeboden.

Een andere herinnering aan die kamer betreft een dispuutsbijeenkomst die op 22 november 1963 werd gehouden. Het was de dag dat president Kennedy werd vermoord en ik herinner me dat we die avond een dispuutsvergadering hadden en dat deze gebeurtenis op ons veel indruk maakte. Iedere keer als iemand vraagt: “Weet je nog waar je was toen Kennedy werd vermoord?” komt deze kamer in mijn herinnering boven.

Een tijdje heeft Max Jacobs, die door zijn huisbaas uit zijn kamer was gezet, bij mij gewoond. Hij was op zoek naar een nieuwe kamer, maar maakte daar niet zoveel haast mee. Hij was in die tijd gewoon om op zondag in een van de dorpen in Noord Limburg te gaan voetballen en deed ook mee aan de borrel na afloop. Hij kwam dan niet helemaal nuchter thuis. Op een avond had hij het laat gemaakt en kwam in een erg vrolijke stemming thuis. Ik lag al in bed en hij probeerde wel om mij te laten slapen, maar dat lukte natuurlijk niet. Het werd pas echt leuk toen hij zijn schoenen wilde uittrekken en daarom de veters wilde losmaken maar die in plaats daarvan in de knoop trok. Hoe harder hij trok, hoe vaster de knoop werd. Na ongeveer een kwartier ging hem een licht op, hij zocht en vond het broodmes en sneed zijn veters kapot. Hij was overduidelijk erg trots op deze briljante oplossing van een lastig probleem.